Sporen van nabijheid

Geloof, hoop en liefde

Laatst mijmerde ik over dit nieuwe tijdperk. Voordat we geconfronteerd werden met het Corona virus leek de toekomst vanzelfsprekend in het verlengde van het heden te liggen. Het gebeurde regelmatig dat mensen mij scenario’s onthulden van hun leven in de toekomst. Eerder met pensioen; een ander huis op een andere plek; een heel ander leven? Hoe normaal en menselijk is dit lineaire denken. Het geeft grip op de (ongewisse) toekomst; een stip aan de horizon; een doel om op af te stevenen.
Vanaf half maart dit jaar is niets meer vanzelfsprekend. De toekomst is nu; een planning die betrekking heeft op een langere termijn lijkt vast te lopen in vragen en onzekerheden.
En toch… was het in essentie niet altijd zo dat we in ons leven werden overvallen door onvoorziene grote en kleine tegenslagen? Ze verrasten ons en zetten ons ‘leven op zijn kop’.
Als geestelijk verzorger in verschillende ziekenhuizen kwam Margriet van der Kooi alleen maar mensen tegen, bij wie het leven op de kop stond. Ze schreef een boekje, waarin haar werkervaringen centraal staan, met de geheimzinnige titel: ‘Het kleine meisje van de hoop’. Margriet van der Kooi liet zich hierbij o.a. inspireren door Charles Péguy, die in 1914 in de loopgraven van WOI stierf.
Péguy schreef een boek over hoop. Hierin verbeeldt hij de drie christelijke deugden; Geloof, Hoop en Liefde, als drie vrouwen figuren. Twee grote zussen in ruisende rokken die tussen hen in een klein meisje aan de hand hebben. Van een afstandje lijkt het alsof de oudere dames, getekend door het leven, iets verkreukeld en vermoeid, het kleine meisje met zich mee trekken. Als je echter goed kijkt, zie je dat het meisje haar oudere zusters met zich mee trekt.
“Zij, de kleinste, trekt alles op gang.
Want het geloof ziet alleen wat ‘is’.
Zij echter ziet wat ‘zal zijn’.
De liefde heeft slechts lief wat ‘is’.
Zij bemint wat ‘zal zijn’.”
Ik was geraakt door dit beeld van de hoop. Het lijkt alsof daarmee weer de stip aan de horizon verschijnt. Dit hoop-verhaal deelde ik de laatste weken in mijn pastoraat. En… toen hoorde ik andere ervaringen: hoop is zeker belangrijk, geloof ook, maar de bedding van waaruit alles kan ontspringen, de bedding die alles draagt; dat is de liefde. Ook als de geliefden gestorven zijn, vormt de liefde nog steeds een bron van leven. En daarom herhaal ik hier graag de woorden van Paulus in zijn eerste brief aan de Korintiërs (13; vers 13): Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.

Marina Sonneveld