Religieus modernisme

door Gertjan Schutte

In de Vaticaanse musea leiden alle wegen uiteindelijk naar Michelangelo, maar er zijn zijpaden die de bezoeker naar moderne kunst begeleiden. Vlak voor de Sixtijnse kapel treft men enkele zalen aan die vaak worden overgeslagen. Daar staat vooral kunst uit de twintigste eeuw, in uiteenlopende kunststijlen. Het is jammer dat deze zalen visueel zo onaantrekkelijk zijn vormgegeven; de muren zijn steriel witgepleisterd. De kunst is er niet minder om, zoals De aanroeping (1919) van de Joods-Amerikaans kunstenaar Max Weber (1881-1961), niet te verwarren met de socioloog en filosoof met dezelfde naam.

Weber was bij uitstek een kunstenaar met een meervoudige identiteit. Hij werd geboren in Białystok, een stad destijds deel van het Russische Keizerrijk, nu onderdeel van Polen. Deze stad telde in 1897 rond de 66.000 inwoners en lag in het ‘vestigingsgebied’, het gebied binnen het keizerrijk waar joden verplicht waren te wonen. In 1897 woonden er dan ook meer dan 40.000 joden. Weber was echter zes jaar eerder vertrokken naar de Verenigde Staten. Na dat moment onderging hij verschillende invloeden, waaronder die van de veelzijdige kunstenaar Arthur Dow, die zelf Gauguin (1848-1903) nog had ontmoet in Frankrijk. In 1905 ging ook Weber naar Frankrijk en werd een leerling van de schilder Henri Matisse (1869-1954). Bovendien maakte hij deel uit van de kring rond Picasso en Gertrude Stein.

In 1909 keerde hij terug naar Amerika. Weber zou later gelden als de eerste Amerikaanse kubist. Kubisme is een kunststroming die werd uitgevonden door Picasso en George Braque door in hun schilderijen de eenheid tussen vorm, perspectief en licht te bevragen. Kubistische schilderijen kennen vaak geen diepte, daar het element perspectief is verdwenen. Dat geldt ook voor lichtinval en schaduw. De personen en objecten op de schilderijen zijn wel herkenbare figuren, maar zij zijn gefragmenteerd en bestaan uit diverse vlakken.

Dit kubisme zou steeds abstracter worden bij Picasso en Braque, maar Weber koos daarin een andere weg. Hij combineerde kubisme met elementen uit verschillende kunststromingen, zoals het kleurgebruik van het fauvisme. Rond 1918 ging Weber steeds meer religieuze schilderijen maken. Er is geen directe aanleiding te benoemen. Wellicht omdat zijn orthodox-joodse ouders net overleden waren, misschien vanwege de pogroms in zijn geboortestreek in de Oude Wereld.

Hierdoor ontstonden schilderijen die qua kleur en kubistische vormen uiterst modernistisch waren, maar toch herkenbare joodse figuren afbeeldden. Weber maakte talrijke schilderijen met een religieuze thematiek, maar greep daarbij niet naar de Bijbel. Zijn schilderijen tonen vaak joodse figuren, gesitueerd in de Oude Wereld, zoals kunsthistoricus Matthew Baigell betoogde. De aanroeping uit 1919 is bij uitstek een van die schilderijen. Het toont een huiselijke joodse bijeenkomst, waarbij de middelste figuur de handen omhoog heft. De figuren en objecten zijn geschilderd in scherp contrasterende kleuren. De kleuren en de hoekige kubistische stijl vormen de bouwstenen van het schilderij. Deze modernistische stijlkenmerken heffen de joodse thematiek niet op. De drie figuren zijn verbonden met elkaar door de tafel. Toch staat deze verbinding onder druk, vooral door de afwezigheid van diepte. De figuren lijken haast in elkaar gevouwen in een ruimte die ogenschijnlijk afgesloten is. De buitenwereld komt via een raam toch naar binnen.

Het schilderij raakt thema’s uit Webers eigen leven, die op hun beurt weer onlosmakelijk verbonden zijn met ontheemd zijn en joodse identiteit. Zoals Baigell betoogde, was Weber enerzijds een kosmopoliet, thuis bij de modernisten uit Parijs. Tegelijk bleef hij een jood die weliswaar niet sterk verbonden was met de joodse gemeenschap, maar zich wel aan de spijswetten hield. Weber gaf daarmee zijn eigen antwoord op het dilemma tussen assimilatie in een cultuur die niet de zijne was en het vasthouden aan een joodse traditie, die hem ook niet meer geheel paste. Hij combineerde het een met het ander.

Misschien dat daar de sleutel ligt voor het schilderij De aanroeping. Weber schreef zelf over dit schilderij: ‘[It was my] chief aim to express a deep religious archaic spirit in fitting attitudes and gestures.’ Tegelijk toont het schilderij dat deze ‘archaic spirit’ onder druk staat. De vormtaal van het kubisme suggereert een bijna afgesloten ruimte, waarin de figuren opeengepakt zijn.

Weber drukt nostalgie uit naar de devotie van de joodse gemeenschap, een verlangen naar iets dat hij deels kwijt was. Paradoxaal genoeg gebruikte Weber een modernistische stijl, het kubisme, om deze intense devotie uit te drukken en daarmee verbonden te blijven.

*******